Wie zich weleens heeft verdiept in afbeeldingsformaten, is de termen ‘pixel’ en ‘vector’ vast al tegengekomen. Het zijn twee manieren waarop een afbeelding is opgebouwd. Maar wat is nou precies het verschil tussen pixel- en vectorafbeeldingen? Wat zijn de voor- en nadelen? En wanneer gebruik je welke?
We zetten het voor u op een rij en lichten beide formaten kort toe.
Pixel of vector? De belangrijkste verschillen in één oogopslag
Werkt u met digitale beelden – of dat nou voor webdesign, drukwerk of logo’s is – dan komt u al snel deze twee basistypen tegen: pixelafbeeldingen en vectorafbeeldingen. Elk type heeft z’n eigen eigenschappen, plus- en minpunten. Welke het beste werkt, hangt af van wat u wilt maken.
Hieronder ziet u in één oogopslag de belangrijkste verschillen:
Pixelafbeeldingen
bestaan uit minuscule kleurpuntjes (pixels)
✔ ideaal voor foto’s en gedetailleerde afbeeldingen
✘ verliezen scherpte bij vergroting
▶ gangbare bestandsformaten: JPG, PNG, TIF, PSD
▶ te bewerken met bijvoorbeeld Photoshop
Vectorafbeeldingen
zijn gebaseerd op wiskundig gedefinieerde lijnen en vlakken
✔ zonder kwaliteitsverlies schaalbaar – perfect voor logo’s en pictogrammen
✘ slechts in beperkte mate geschikt voor fotorealistische weergaven
▶ gangbare bestandsformaten: SVG, EPS, AI, PDF (vectorgebaseerd)
▶ te bewerken met bijvoorbeeld Illustrator
Vectorafbeeldingen herkent u doordat ze, zelfs als u flink inzoomt, altijd haarscherp blijven. Bestanden hebben vaak extensies zoals .svg, .eps of .ai. Twijfetl u of een PDF vectorgegevens bevat? Zoom dan eens ver in. Blijven lijnen en randen strak en scherp, dan werkt u met vectoren.
Ziet u op een gegeven moment blokkerige pixels verschijnen, dan gaat het om een pixelafbeelding.
Wilt u meer weten over hoe deze grafische formaten werken, wat hun sterke punten zijn en wanneer u welk formaat gebruikt? In het volgende artikel duiken we er dieper in.
Pixelafbeeldingen
De naam ‘pixel’ is een samenvoeging van de Engelse woorden picture en element, oftewel ‘beeldelement’ of ‘beeldpunt’. Met pixels worden de kleine, vierkante puntjes bedoeld waaruit een digitale afbeelding is opgebouwd. Elk punt heeft een eigen kleur en samen vormen ze het complete beeld.
Normaal gesproken zijn pixels zo klein dat je ze niet ziet en er een scherp geheel ontstaat. Pas bij sterk inzoomen worden de afzonderlijke beeldpunten zichtbaar. Daarbij verandert de fysieke grootte van de afbeelding, maar niet de resolutie. Die wordt uitgedrukt in dpi (dots per inch, oftewel punten per inch).
Vergroot u een afbeelding bijvoorbeeld twee keer, dan worden alle pixels ook twee keer zo groot. Op één inch passen dan nog maar de helft van het aantal beeldpunten. Hoe verder u inzoomt of vergroot, hoe duidelijker de korrel en de blokjesstructuur zichtbaar worden.
Hiermee wordt meteen het grootste nadeel van pixelafbeeldingen duidelijk: u kunt de afmetingen niet zomaar vergroten zonder kwaliteitsverlies. Hoe groter en scherper de afbeelding, hoe zwaarder het bestand wordt. Vooral bij het versturen via e-mail kan dat al snel onhandig worden.
Daar staat tegenover dat pixelafbeeldingen juist heel gedetailleerd kunnen zijn, afhankelijk van de resolutie. Fijne kleurnuances en vloeiende kleurverlopen zijn geen probleem, omdat elk afzonderlijk beeldpunt apart kan worden bewerkt.
Er bestaan veel verschillende bestandsformaten voor uiteenlopende toepassingen, elk met hun eigen focus en mogelijkheden. Deze formaten zijn niet gebonden aan één specifiek programma en kunnen in de meeste beeldbewerkingsprogramma’s worden geopend en bewerkt.
Voorbeelden van formaten: TIF, JPG, BMP, PNG, PSD, GIF
Bewerkingsprogramma’s: bijvoorbeeld Adobe Photoshop, Corel PaintShop Pro
Vectorafbeeldingen
De term ‘vector’ komt veel mensen waarschijnlijk nog bekend voor uit de wiskundeles. En dat is niet zo gek: een vectorafbeelding is in feite opgebouwd uit wiskundige formules. Op basis van geometrische vormen zoals lijnen, curven, cirkels en polygonen ontstaat een afbeelding die samen één geheel vormt.
In plaats van pixels worden er paden opgeslagen. Deze paden bevatten informatie over bijvoorbeeld vorm, kleur en positie. Het grote voordeel: ze kunnen worden aangepast zonder kwaliteitsverlies. Vooral bij vergroten zie je het verschil met pixelafbeeldingen duidelijk terug. Een vectorafbeelding kan namelijk eindeloos worden opgeschaald zonder dat de scherpte afneemt. De software rekent de vormen simpelweg opnieuw uit op basis van de nieuwe grootte.
Daardoor zijn vectorbestanden ideaal voor logo’s en pictogrammen, die vaak in verschillende formaten gebruikt worden. Omdat de afbeelding niet uit losse pixels bestaat, blijft het bestand bovendien relatief licht.
Er is ook een keerzijde. Complexe details zijn lastiger te verwerken in vectorvorm. Effecten zoals schaduwen of reflecties moeten vaak handmatig worden opgebouwd met extra vormen en kleurovergangen.
Daarnaast zijn vectorbestanden meestal gebonden aan specifieke software om ze goed te kunnen openen en bewerken. Zo kan een .ai-bestand bijvoorbeeld alleen worden geopend in Adobe Illustrator.
Formaten: EPS, AI, CDR, WMF, PDF
Bewerkingsprogramma’s: bijvoorbeeld Adobe Illustrator, CorelDRAW, Macromedia FreeHand